Concrete acties: enkele voorbeelden

 

Bij de kleuters:
 

  • taalvaardigheid, wiskundige initiatie en differentiatie
     

Bij kleuters werken we vooral aan een brede taalontwikkeling en bieden we wiskunde-initiatie. Hoe vlotter uw kind met de algemene en schoolse taal (woordenschat, spreekvaardigheid, …) en wiskundige handelingen en taal (zoals sorteren van groot naar klein, van dik naar dun, enz) om kan, hoe beter hij/zij kan starten in de lagere school.

De ondersteuners werken samen met de klasleerkrachten werk- en spelvormen uit, op maat en niveau van de kinderen. Zij staan de leerkrachten bij in het zoeken naar oplossingen en ideeën.

In sommige gevallen kan een ondersteuner een taalactiviteit begeleiden, en met een groepje kinderen heel intensief aan woordenschatverwerving werken onder spelvorm. Dit gebeurt meestal in de klas.

 

  • contractwerk
     

Onze ondersteuners begeleiden ook het contractwerk vanaf de 3de kleuterklas: kleuters krijgen verschillende soorten opdrachten in functie van hun werkpunten en talenten. Dit kan zowel rond het aanvankelijk lezen, schrijven en rekenen, als rond fijnmotorische, sociale en taalvaardigheden. Ook werkhouding en zelfstandigheid komen hier aan bod. 

In de lagere school:

 

  • taalvaardigheid

We willen de taalvaardigheid en zelfredzaamheid van de leerlingen vergroten.

Daarom hebben we gekozen om het 1ste tot en met het 3de leerjaar te ondersteunen bij het technisch en begrijpend lezen. De ondersteuner begeleidt samen met de klastitularis de leerlingen. Wij blijven het hoekenwerk aanmoedigen zodat verschillende werkvormen blijven gehanteerd worden (bv: instructietafel, duo- of groepswerk,…) en kinderen sneller geholpen worden.

 

  • begeleid lezen

We willen het leesniveau van de leerlingen verhogen via intensieve oefenmomenten. Regelmatig oefenen leerlingen samen met een ondersteuner of oudere leerling op lezen.
Zij ‘coachen’ de jongere kinderen bij het lezen. Ze lezen moeilijke woorden voor, stellen vraagjes over de tekst of lezen om beurt een stukje van het verhaal.

In het 1ste, 2de en 3de leerjaar wordt ook aan RALFI-lezen gedaan. Minder vlotte lezers oefenen in een klein groepje elke week, drie tot vijf dagen op rij, eenzelfde tekst o.l.v. een ondersteuner. Eerst wordt de tekst voorgelezen, nadien samen en vervolgens individueel luidop gelezen.

De leerlingen oefenen zo op een leuke en intensieve manier het lezen in een kleine groep.